Gebitssverzorging

Waarom?

Wij poetsen dagelijks onze tanden, dus waarom niet de tanden van uw hond of kat? Als het gebit niet gepoetst wordt blijven er voedselresten in de mondholte achter. Bacteriën voeden zich met deze voedselresten en vormen een dunne aanslag (tandplak) op de tanden. Mineralen uit het speeksel kunnen zich hechten aan de tandplak en zo wordt tandsteen gevormd. Tandsteen is een harde geelbruine laag die tegen het tandvlees aanzit. Het tandvlees kan daardoor ontstoken raken en los komen te zitten. Onder zo’n los flapje tandvlees kunnen voedselresten blijven zitten waar bacteriën zich weer mee kunnen voeden. Het tandvlees trekt zich steeds verder terug en de wortels van de tanden en kiezen komen bloot te liggen. Uiteindelijk gaan de tanden en kiezen los zitten. Door de ontsteking veroorzaakt dit proces veel pijn en stank, maar ook is er een risico op infecties elders in het lichaam. Dit komt doordat het tandvlees een heel netwerk aan kleine bloedvaatjes bevat. Wanneer het tandvlees ontstoken is, kunnen bacteriën via dat netwerk in de bloedbaan terecht komen en elders ontstekingen veroorzaken, bijvoorbeeld in het hart, de lever of de nieren.
       
Gezonde mondholte:
Geen tandplak, geen tandsteen.
Roze, stevig tandvlees dat nauw
aansluitaan de tandhals.
Tandvleesontsteking:
Tandplak en tandsteenvorming.
Het tandvlees is gezwollen, rood en
bloedt gemakkelijk.
Na behandeling is herstel mogelijk.
Tandkasontsteking:
Tandvlees is teruggetrokken.
Wortels liggen bloot. Veel stank.
Pijnlijk voor het dier.
Behandeling zeer noodzakelijk.

  

  

  

  

  

  

  

  

 

 

Voorkomen is beter…
Door regelmatig, liefst dagelijks, het gebit van uw hond of kat te poetsen, kunt u dus heel wat problemen voorkomen, maar hoe doe je dat? Kies als eerste een vast moment op de dag ( bijv. voor de laatste avondwandeling) waarop u wat extra aandacht hebt voor uw huisdier. Door het volgende stappenplan leren u en uw hond in vier weken tijd tanden poetsen.

Week 1. Doe de bek open en bekijk het gebit en de mondholte. Doe de bek vervolgens weer dicht en wrijf met uw wijsvinger enkele malen over de tanden en kiezen

Week 2. Wikkel een gaasje om uw wijsvinger en wrijf over de tanden en kiezen. Het ruwere oppervlak van het gaasje maakt beter schoon.

Week 3. Gebruik nu een kleine, zachte kindertandenborstel of een speciale hondentandenborstel.

Week 4. Het “echte” werk. Poetsen met speciale hondentandpasta. Humane pasta is niet goed voor honden in verband met het fluorgehalte in deze pasta’s.

U kunt elke stap in het begin makkelijker maken door gebruik te maken van bouillon. U doopt hiervoor uw vinger / gaasje / borstel in wat bouillon alvorens te gaan poetsen. Pas als uw hond gewillig een stap toelaat kunt u doorgaan naar de volgende stap. Overhaasten heeft geen zin en u heeft nog een heel hondenleven te poetsen.

Vanaf het begin is het heel belangrijk dat u uw hond beloont na iedere poetsbeurt; een stevige aai over de bol, een lekkere wandeling of samen spelen. Het maakt niet uit hoe, als er na het poetsen maar iets gebeurd dat de hond fijn, lekker of leuk vindt. Probeer rondom het poetsen een vast ritueel op te bouwen, zodat de hond weet wat er gaat gebeuren en waar hij / zij aan toe is.

Regelmatig kauwen op kauwbotten, harde hondenkoekjes of buffelhuid helpen ook het gebit gezond te houden. Stokken of botten (kippenbotjes of schenkel) kunnen splinteren en akelige gevolgen hebben, dus die kunt u beter niet geven. Ook spelen met stenen is niet goed, omdat hierdoor het gebit te sterk afslijt.

De kat
Het poetsen bij de kat is een ander verhaal. Helaas staan maar weinig katten het toe. Dat neemt niet weg dat u het wel kunt proberen, zeker als de kat nog jong is. Er geldt immers jong geleerd is oud gedaan. U kunt hiervoor hetzelfde stappenplan volgen als bij de hond. Poetsen met een borstel lukt bij de kat zo goed als niet. Als u al kunt poetsen met een gaasje, probeer dit dan dagelijks vol te houden. Natuurlijk is ook bij de kat de beloning na het poetsen heel belangrijk. Knabbelen op harde brokjes helpt het gebit gezond te houden, maar ook het aaien over de wangen van de kat. De binnenkant van de wang wrijft dan over de kiezen die hierdoor schoner blijven.
 
Inspectie mondholte
Het is heel belangrijk regelmatig in de bek van uw hond of kat te kijken. U kunt dan op de volgende punten letten:
  • kleur tandvlees, mag niet vurig rood of gezwollen zijn;

  • woekeringen van tandvlees (epuliden): dit zijn een soort tandvleesbolletjes tussen tanden / kiezen of een flap tandvlees over de tand / kies;

  • gebroken tanden / kiezen;

  • wisseling melkgebit: met 6 maanden moet het gebit gewisseld zijn. Soms blijven er melktanden, met name de hoektanden, zitten. Deze moeten door de dierenarts worden verwijderd;

  • vreemde voorwerpen: haren, stokjes, etensresten tussen de kiezen of tanden;

  • reuk: de bek van een hond of kat hoort niet te stinken.

Ook het eetgedrag kan iets vertellen over het gebit. Als uw hond of kat minder gaan eten of moeilijker kan kauwen, kan dit veroorzaakt worden door gebitsproblemen.